vrijdag 11 mei 2018

Bahamas vervolg

Nog een paar dagen en dan verlaten wij de Bahamas op weg naar Amerika.
Eerst nog even Nassau verder verkennen. Nassau is de hoofdstad van de Bahamas en ligt op het eiland New Providence. Dit is ook de plek waar dagelijks 4 tot 5 cruiseschepen afmeren, wat je merkt ‘downtown’ waar je struikelt over de toeristen en waar je te kust en te keur allerlei prullaria kunt kopen (in onze ogen de één nog kitscheriger dan de ander). Anderen zien dat gelukkig anders wat goed is voor de lokale economie.

Om 'downtown' te geraken pak je een willekeurige bus die je vervolgens voor 1,25 dollar naar de stad brengt. Bijkomstigheid bij dit vervoer dat het voor ons ook meteen een sightseeing is, de bus rijdt door allerlei wijken waar mooie grote huizen staan maar ook  huizen waarvan je denkt: hier kunnen toch geen mensen meer wonen? moet dat niet tegen de vlakte?
Onze laatste ervaring met een busrit is die van 7A, weer een andere route om in de stad te komen. Er zit een lief vrouwtje voor ons die probeert ons iets te vertellen over de buurt waar we rijden. Helaas is ze niet zo heel goed te verstaan met die ene tand die ze nog in haar mond heeft. Om toch wat terug te zeggen laten we haar weten dat wij de gospel muziek die door de bus schalt prachtig vinden, waarop zij uit volle borst begint mee te zingen en niet veel later krijgt zij bijval van een andere passagier. Het is dus super gezellig in de bus.

De stad zelf is een mengeling van mooi, lelijk, oud, veel kleur. We slenteren wat heen en weer, zitten vervolgens weer even op een bankje om mensen te kijken (blijft altijd leuk).

Aan de overkant van New Providence ligt Paradise Island met het beroemde roze Paradise Hotel waar je voor minimaal 400 dollar per nacht mag slapen!
Op Paradise Island, waar vroeger het vliegveld was, is nu ook een golfbaan waar rondom huizen gesitueerd zijn en dan niet zomaar huizen. Paleizen met grasvelden waar alle grassprietjes even lang zijn en alle zandkorrels op de strandjes keurig vlak liggen. Je kunt zien dat hier geld staat en dan bedoel ik ook veel geld.
Je kunt je met een veerbootje laten vervoeren naar Paradise Island of je kunt te voet over de Sidney Portier brug. Wij gaan heen met het bootje en terug over de brug.
Is New Providence en Paradise Island een plek waarvan wij zeggen: hier wil ik nog een keer terug? Nee, was leuk om te zien maar dan zijn er op de Bahamas veel mooiere plekken. Het is een prachtig zeilgebied met 700 eilandjes (bewoond en onbewoond) met super mooie ankerplekken waar het zomaar kan voorkomen dat je er alleen ligt of op een, vooral bij Amerikanen, populaire plek met 200 boten.
Voordat wij uiteindelijk bij New Providence aankwamen hebben we eerst nog wat andere plekken aangedaan. Op Eerste Paasdag vertrokken van Rum Cay op weg naar de Great Exuma’s. Dit was een zeildag die ons de hele dag heeft beziggehouden. We begonnen de dag met gereefd grootzeil en genua, daarna was het boom erin, boom eruit, reven uit grootzeil, grootzeil helemaal weg, zeil over bakboord, zeil over stuurboord, boom er weer in, niet veel later boom er weer uit en we eindigden zeilend alleen op  grootzeil. Na een fantastische tocht van 40 mijl ben je bijna op de eindbestemming moet je eerst nog 5 mijl laveren om de nodige rotsen te ontwijken die onder water liggen. Wij hebben dit op de motor gedaan, vonden het al zeilend te risicovol.  
Ja wat te zeggen over de Great Exumas. Iets meer boten dan op Long Island en Rum Cay (zo’n stuk of 200) en vele malen exotischer met helder blauw water en lange prachtige zandstranden. Ja het kon dus nog mooier dan op Long Island.
Lastig om een anker plekje te vinden? Nee, hier is meer dan genoeg ruimte voor iedereen.
Ons anker ligt vlakbij Georgetown, dit blijkt een iet wat armoedig vervallen gezellig zooitje te zijn waar de 2 supermarkten goed bevoorraad zijn.
Wij hebben geen zin meer om van boord te gaan, het is inmiddels 19.00 uur. Gaan pannenkoeken bakken, dan een bak koffie en dan lekker vroeg naar bed. Rob en Baudine, die iets voor ons liggen, gaan de stad nog verkennen.
 
Tweede Paasdag, brunchen aan boord van de Bojangles! Rob komt met zijn dinghy even langszij, hij is duidelijk nog aan het bijkomen van de meer dan gezellige avond gister, nog een beetje last van een kater.
Met allerlei spullen uit de voorraad kast en de eieren uit Rum Cay hebben we een goed gevulde paasbrunch en het was gezellig.
De volgende dag hebben we een gezellig weerzien met Bob en Anja van de Sea for Miles. Voor het laatst kwamen wij hen tegen op de Kaap Verden in december 2016, zij blijken al een paar maanden hier door te brengen.
Aan het eind van de middag ontmoeten wij hen weer, samen met Rob en Baudine op het strand.
Baudine en ik gaan nog even in het water liggen, daar liggen/zwemmen we niet alleen. Kleine roggen die rondom je heen zwemmen, bijzonder zo dicht bij dat je ze kunt aanraken (nee ik niet).

Zitten lekker aan een biertje, krijgen ondertussen van Bob en Anja allerlei tips over de Bahamas, moeten we gaan volleyballen! NL tegen USA. Beginnen met ons 6-en, eindigen met 8 spelers in het veld. Ook bij de tegenpartij staan er een paar extra spelers. Het maakt allemaal niets uit, het is super leuk, lachen en we winnen, YES!!!
Inmiddels liggen wij voor anker aan de overkant van Georgestown bij Stocking Island, dit is waar de meeste boten  voor anker liggen. 


















Rob en Baudine moeten helaas verder, voorlopig nemen we dus afscheid van elkaar en zien elkaar ergens in Amerika.
Wij genieten nog een paar dagen van dit paradijs voordat ook wij het anker lichten en naar Big Galliot Cay verhuizen. Helaas geen wind, we motoren grotendeels de 41 mijl. Ook hier is het weer oppassen met de rotspunten onder water en hebben bij het binnenvaren te maken met stroom tegen, gaan van 5,5 knoop terug naar 1,6 knoop. Wel een mooi ankerplekje hier, we zijn alleen. Henk ligt als eerste te water en ik roep nog even: geen vissen? (ben niet zo’n snorkelheld) Nee, oké ik kom ook. Het is koud, maar goed lig te water kijk om me heen en zie een grote barracuda naast me liggen, ik was niet ver van de boot dus zat ik er weer heel snel bovenop.
Vanaf Galliot Cay varen we al motorzeilend naar het 17,5 mijl verderop gelegen Black Point. Dit is een redelijk dorp in de Exuma Sound en hier woont ook de één na grootste Exuma bevolking. Van Anja hadden we vernomen dat je hier prima je was kunt doen, dus op zoek naar de wasmachines. Een paar uur later is alles weer schoon en opgeborgen in de kast. Tijd om het eiland wat te gaan verkennen. Wat hier meteen opvalt is dat de mensen als vervoer in golfkarretjes rijden en er is hier niet eens een golfbaan!














Slenteren wat door de hoofdstraat en maken meteen vrienden. 



Een klein meisje komt naar ons toe en vraagt hoe we heten en wil meteen haar snoepjes met mij delen.

 Even later maakt Henk kennis met een jongetje dat aan het basketballen is, maar hij is te klein om de bal ook maar enigszins in de buurt van de basket te krijgen, maar hij geeft niet op. 

Hebben nog even gelegenheid om een weerbericht op te halen, er komt vannacht iets meer wind wat wel iets meer deining zal veroorzaken. We zullen zien vannacht, ankeralarm staat aan dus mocht het anker gaan krabben dan zijn we zo gewaarschuwd.
Iets minder wind gaven ze aan maar niet WINDKRACHT 8, dat werd dan ook iets meer dan een ietsje meer deining. Gelukkig nam deze harde wind na 3 uur weer af en ook de deining werd minder, konden we in ieder geval nog een paar uurtjes slapen voordat we morgenochtend naar Little Major Spot gaan.
Ondanks dat het maar 7,5 mijl varen is gaan we toch vroeg weg, hebben de hele dag om wat rond te kijken bij Little Major Spot, Big Major Spot en Staniel Cay, deze drie plekken liggen vlak bij elkaar.
Het is een beetje ééntonig aan het worden maar ook hier bij Little Major Spot is het prachtig, er liggen al een paar boten voor anker maar voor ons is meer dan plek zat.
Gaan met de dinghy eerst naar Big Major Spot. Hoe kun je bij toeristen geld uit de zak kloppen? Nou om varkens daar op dat strand los te laten, vervolgens toeristen een boottoer laten boeken en dan naar dit eiland varen met aan boord zakken wit brood en dan varkens voeren.



Vervolgens varen we langs Staniel Cay, gaan daar op zoek naar de beroemde Thunderball grot daar waar ooit een scene is opgenomen naar de gelijknamige James Bond film. Je kunt de grot gewoon inzwemmen bij laag water, helaas zijn wij er met hoog water en aangezien ik niet weet hoe ver en diep je onderwater moet zwemmen om in de grot te komen, laten wij de binnenkant aan ons voorbij gaan.
















Had wel heel bijzonder geweest om een kijkje te nemen. Mijn grootste James Bond fan, mijn vader, had dit geweldig gevonden. Jaren zijn we (mijn vader, Ronald (broer), ik en later met mijn neef Kevin erbij) naar de nieuwste James Bond films geweest om daarna met z’n 4-tjes lekker een broodje shoarma te bunkeren. Om de traditie, na het overlijden van mijn vader, in ere te houden gaan Ronald, Kevin en ik nog altijd naar de nieuwste James Bond film en natuurlijk na afloop de shoarma.
Tijd om naar Highborn Cay te gaan wat een tocht is van 41 mijl, deze mijlen kunnen we heerlijk zeilend afleggen met alleen de genua. Blijven hier maar één nachtje voor anker om vervolgens door te varen naar Athol Island, dit eilandje behoort tot New Providence en vlakbij Nassau ligt. Het is inmiddels 15.30 uur als we het anker droppen bij Athol Island en alvast uitzicht hebben op Paradise Island en Nassau.
Omdat we nog niet weten of we voor anker gaan of in een jachthaven gaan liggen bij Nassau besluiten we in onze dinghy op onderzoek uit te gaan. Blijkt niet zo’n goed idee, het is toch best een aardig eindje varen en met al die snelle boten die rondom ons heen denderen, dus veel water in het bootje veroorzaken, besluiten we om te keren en met de boot te gaan. Hebben in de verte boten voor anker zien liggen, dat moet dus goed komen. Het komt goed, we vinden een prima plekje voor Nassau Harbour Club Marina.
In de dinghy gesprongen en naar de kant om een beetje rond te lopen en de benen te strekken. We moeten op zoek naar een supermarkt als we vanavond nog willen eten. Een taxi brengt ons bij de supermarkt en een locale bus brengt ons weer bij de haven terug. De rest van de dagen zal ons vervoer de locale bus zijn. Onze dinghy ligt bij Poop Deck, een bar/restaurant, waar we één van onze duurste biertjes drinken sinds we onderweg zijn. Twee locaal gebrouwen flesjes bier voor US dollar 13,48 (12,50 euro)!!!! Oké Poop Deck is dan wel de bar/restaurant van de chique Nassau Yacht Club, maar dit sloeg alles.
Volgende keer gaan we daar alleen een biertje drinken tijdens Happy Hour, dan drinken we voor half geld.
Het volgende verhaal zal vanuit Amerika komen, onze eerste stop zal West Palm Beach in Florida worden.
Daar zullen we in ieder geval een weerzien hebben met Karina en Gerard (K’dans), zo benieuwd naar al hun verhalen sinds ons vertrek uit Curacao in oktober 2017.

donderdag 5 april 2018

Bahamas


We hebben een super overtocht gehad naar de Bahama’s.
Bij vertrek wat oponthoud, de Puertoricaanse douane verscheen niet op tijd op hun werk.
Maar wat maakt het uit als je een tocht van minimaal 3 nachten voor de boeg hebt. Uiteindelijk gaan het er 4 worden.

Bojangles heeft de gennaker al in aanslag en éénmaal buiten zien wij deze uitwaaieren, blijft een mooi gezicht. Lang kunnen wij er niet van genieten ze lopen al snel bij ons vandaan.
Helaas is het voor ons niet mogelijk om onze gennaker te gebruiken. Door ons nieuwe anker, wat iets groter is dan de oude, kunnen wij onze boegspriet niet meer naar buiten schuiven die noodzakelijk is voor het zetten van de gennaker. Henk moet eerst e.e.a. aanpassen voordat ook wij onze gennaker kunnen hijsen.
Bij ons staan genua en grootzeil en met niet al te veel wind gaat het traag maar gestaag. Later trekt de wind aan en dan lopen wij er ook lekker doorheen.
De dagen en nachten rijgen zich aaneen zonder veel bijzonderheden. Een gegeven moment leek het wel of we door een houthandel voeren, rondom ons heen takken (groot en klein), boomstronken, niet normaal. Het was zoveel dat uitwijken niet mogelijk was, regelmatig bonkte er dan ook het nodige tegen de boot.
Bakken onderweg nog een heerlijk rozijnenbrood, verder is het lezen, slapen en genieten van prachtig zeilweer.

Ons eerste doel is Great Inagua, daar klaren we in en dan zien we wel wat onze volgende stap zal zijn.
Bij Great Inagua is wel een haven maar wij gaan lekker ankeren. We horen Rob de havenmeester oproepen om te zeggen dat wij voor de haven voor anker gaan, waarop de aardige man antwoord dat we beter binnen kunnen liggen met deze wind en niet voor anker moeten gaan.
zeilboot uit Haïti
Dat kan wel zo zijn maar sommige havens vragen exorbitant hoge bedragen voor een overnachting. Rob vraagt wat te betalen: 10 dollar per nacht. Per boot? Yes. Ok, wij komen naar binnen.
Heerlijk om straks gewoon weer van de boot te kunnen stappen om aan wal te gaan!! Voor het laatst konden wij dat in Curacao Marine zo’n 10 maanden geleden.
Later horen wij dat de haven gebouwd is door Nederlanders, maar of deze echt bedoeld is voor zeilboten zoals de onze vragen wij ons af. Hoge palen/hoge steiger dus lastig aanleggen en hoezo lekker makkelijk van boord kunnen stappen??
Voor ons is het lekker aanleggen, gaan naast de Bojangles liggen, alleen moeten we nog wachten ze gaan
 ‘even’ verkassen. Dat ‘even’ gaat niet lukken, met duwen en trekken, zuchten en steunen, nog eens nadenken wat de beste methode is om de boot met de kop in de wind te krijgen, is het uiteindelijk toch gelukt en liggen we zij aan zij.
















En ja, nu van de boot af om een verplicht bezoekje te brengen aan douane en immigratie. Gelukkig is de Bojangles iets hoger dan wij dus lukt het om met mijn kont op de steiger te wippen en dan ben ook ik aan wal.
Terug bij de boot, inmiddels 300 dollar armer, gaat het iets lastiger om weer aan boord te stappen, het water is inmiddels zo’n 40 cm gezakt.
Nu hebben we de borrel wel verdiend, pakken wijn en bier uit de koelkast en gaan gezellig naar onze buren en kletsen nog wat na over de afgelopen tocht en natuurlijk het inklaren.

Bij douane moesten weer de nodige formulieren ingevuld, 3 stuks. Alles oké en contant afrekenen: 300 dollar!
Eh ja eh zoveel contant hebben wij niet! Geen probleem de dame van douane brengt Baudine en Henk wel even naar de pinautomaat (ondertussen handelen Rob en ik Immigratie af, fluitje van een cent en gratis!). Jammer pinautomaat blijkt buiten gebruik. Beide komen terug voor de paspoorten, ze kunnen met creditcard binnen bij de bank geld opnemen. Rob stapt ipv Baudine met Henk weer in het autotootje bij de dame, alwaar bij de bank 86 formulieren getekend moesten worden maar dan hebben de mannen geld en kunnen we terug naar het douane kantoor om af te rekenen.
Voor die 300 dollar mogen we 45 dagen verblijven in de Bahama’s en overal ankeren waar we willen.

Tot nu toe waar wij geweest zijn komen we alleen maar hele vriendelijke mensen tegen, ook hier weer. Vanaf de boot naar douane was toch gauw 20 minuten lopen en op de terugweg met 32 graden en de deining van de afgelopen 4 dagen nog in onze benen zijn we blij als er een auto stopt en ons bij de supermarkt dropt die vanaf de boot de andere kant op ook weer 20 minuten lopen zou zijn.
Na het doen van de boodschappen weer zo’n aardige man die ons wel bij de boot af wil zetten. Joepie!

Morgen maar iets van het eiland gaan verkennen, nu eerst een lekker tukkie doen.

Rob en Baudine hebben al een trapje opgehangen zodat we zonder problemen van boord kunnen stappen. Zwemgoed mee en op zoek naar een zandstrandje. Na een uur lopen zijn we bij de vuurtoren (die nog even beklommen moet worden) waar van boven af een mooi zicht is over het eiland en kunnen we kijken naar het zandstrandje wat hier dichtbij zou moeten zijn.










Helaas niet gevonden, oké dan maar weer terug richting boot. Onderweg genieten we van een lekker lokaal biertje (Kalik) en krijgen daar van 2 bewoners nog wat uitleg over het één en ander.
Het ene is over de conche (grote slak) die als deze groeit steeds een ander huisje moet maken, deze groeit namelijk niet mee. Ik laat mij nog wijsmaken dat de slak gewoon op zoek gaat naar een nieuw huis en er dus zelf niet één bouwt.
Het andere gaat over ‘het goud’ van de walvis. Helemaal duidelijk is het mij niet, ging het over de sperma van de walvis, geen idee. Het blijkt te stinken, één van de mannen wil het wel halen en dan met een stokje vuur maken en er tegen aan houden en dan zou het vreselijk moeten stinken. Laat maar wij weten genoeg. Gezellig hebben we het wel met de mannen.

Gezien de weersverwachting voor de komende dagen moeten we wel verder, doen we dat niet dan liggen we hier straks een week en die brengen we liever ergens anders door.
Onze keus is gevallen op Long Island 150 mijl verderop. 150 mijl betekend een nachtje doorvaren, oké wat moet dat moet.
Bij Long Island is het zeker niet aan te raden om met donker een baai binnen te lopen, er liggen her en der nogal wat rotsen onder water waar we met onze diepgang niet overheen kunnen. Opletten geblazen dus!!!
onderweg naar Long Island
Er is wat verwarring ontstaan tussen de Bojangles en Bluenose: de één geeft aan dat we naar Great Harbour zouden gaan maar de ander Little Harbour, er zit 9 mijl tussen de één en de ander. Bij harbour denk je al gauw dat er een haven is maar niets is minder waar, het zijn gewoon baaien waar je kunt ankeren.
Bojangles blijkt gelijk te hebben we zouden naar Great Harbour, foutje van ons. Maar uiteindelijk gaan we toch naar het kleine broertje, min of meer uit noodzaak vanwege wat pech bij ons aan boord; stuurkabel gebroken. In eerste instantie dachten we het roer verloren te hebben, de boot wilde geen enkele kant meer op. Henk is op onderzoek uitgegaan en zag al gauw de gebroken kabel liggen. Vreemd was wel dat de stuurautomaat nergens meer op reageerde (deze maakt geen gebruik van de gebroken kabel), wat nu!!
Toch maar even de Bojangles oproepen, wellicht hebben een sleepie nodig. Gelukkig lijkt na 20 minuten de stuurautomaat weer te reageren en blijkt het roer in orde. De laatste 4 mijl motoren wij achter de Bojangles de baai in van Little Harbour. Eénmaal binnen vinden we een prima plekje, wat niet zo moeilijk is, er ligt geen enkele andere boot.
Wauw wat een baai is dit, rondom ons heen zien we witte strandjes we wanen ons in Little Paradise.
Henk gaat meteen aan de slag om de stuurkabel te vervangen en enige uren later heeft hij de klus geklaard.
Tijd voor ontspanning en genieten van een prachtig stukje Bahama. We tuffen met onze dinghy naar een wit zand strandje waar Rob en Baudine ons al opwachten met een wijntje en een biertje en genieten we met z’n 4-tjes van een werkelijk prachtige omgeving.











Over Great Harbour hadden we al wat gelezen echter niet van Little Harbour. Toch maar even lezen of hier iets te doen is? Nee dus, de eerste de beste supermarkt ligt 100 km verderop en tijdens een wandeling kwamen we na 1,5 uur lopen de eerste huizen tegen. Lezen verder dat je niet in Little Harbour moet gaan liggen als de wind Noord tot Noord Oost en meer dan 4 beaufort is, helaas hebben wij wel deze NNO wind en zelfs 6 beaufort. Niet veel later zien wij enorme brekers staan bij de ingang van de baai, hier liggen wij dus wel even. Er blijken boten te zijn geweest die hier 4 tot 5 weken vast hebben gelegen vanwege de hoge golven en enorme brekers.












Oké, even voorraden checken: bruine bonen, doperwten, kidney bonen, sperziebonen, nog meer bruine bonen, rijst, aardappelpuree, meel, vitaminepillen we komen wel een paar weken door.

Wie denkt dat het op de Bahama’s altijd mooi weer is, nou vergeet het maar. Er zijn avonden dat we met lange broek, trui en sokken (die ergens onderuit de kast vandaan moesten komen) aan in de kuip zaten en blij waren met hutspot en bruine bonen soep.
Kunnen ons nog net beheersen om de kachel aan te doen, wel eten we voor het eerste sinds lange tijd weer binnen. Gelukkig is het de meeste tijd wel mooi weer, wij zijn gewoon verwend, watjes zijn we geworden.

Na 5 dagen is de wind ons gunstig gezind, deze is aan het afnemen en nog een dag later zijn de brekers verdwenen en de golven van dusdanige hoogte dat wij weg kunnen, hop naar Rum Kay.

Dit is een dag van 40 mijl, prima te doen alleen regent het zo nu en dan pijpenstelen, bah. Ook bij het naderen van onze ankerplek is het verre van droog, door en door nat laten wij ons anker vallen.
Zin om van de boot af te gaan hebben wij niet in deze regen. Rob en Baudine gaan nog wel even op onderzoek uit en stuiten in het dorp op een kleine supermarkt, scoren daar wat boodschappen en zijn zo lief om voor ons een doos eieren mee te nemen. Morgen is het Pasen en wat moet je dan zonder eieren!
Eerste Paasdag brengen wij varende door naar onze volgende bestemming op de Bahama’s: Great Exuma Island.

Daarover later meer!!




dinsdag 3 april 2018

Puerto Rico

Wij lopen wachten van 3 uur op en 3 uur af, om dan meteen de slaap te kunnen vatten als je geen wacht hebt is een dingetje. Er is gekraak, geschommel, klapperende zeilen, zelfs oordoppen helpen dan niet.
De tocht van Tortola naar Puerto Rico was verder prima, wind uit de goede hoek en niet teveel.
Hé we hebben eens niet wat te zeuren over de wind! Dat komt nog wel!
De laatste dag hadden we uitgerekend dat als we zo’n 5 á 6 knopen per uur lopen we dan de volgende ochtend om een uur of 8 zullen aankomen.
Het loopt lekker tot de wind aantrekt en we inmiddels 8 knopen per uur lopen, dat is niet de bedoeling. Zeil minderen tot de gewenste 5 á 6 knopen. Halverwege de nacht geeft de wind het op nu lopen we nog 2 á 3 knopen per uur. Als we zo doorvaren komen we pas de volgende avond in donker aan, motor gaat bij grrrrrr.
Gelukkig hoeft dat niet lang, de wind trekt weer aan; Puerto Rico we komen eraan!

We varen al even langs de kust van Puerto Rico als we de radio aanzetten en meteen klinken de klanken van Zuid Amerikaanse muziek in onze oren.
Moesten allebei meteen denken aan de West Side Story waar de gepassioneerde Puertoricanen een rol speelden.


Verder hebben we geen idee wat ons te wachten staat in Puerto Rico wat onder Amerikaanse vlag staat. Over het algemeen zijn de bewoners niet zo heel goed te spreken over Amerikanen en de hulp (eigenlijk geen hulp) die ze krijgen na orkaan Maria

Hier gelden ook andere regels met betrekking tot inklaren. 5 mijl voor de kust roepen wij de Kustwacht Puerto Rico op en vragen toestemming om binnen te mogen lopen. Allerlei vragen worden onze kant op gevuurd en ook of we niet wisten dat je je 12 mijl voor de kust al dient te melden. Krijgen nog mee van ze dat we de voorschriften “Notice of Arrival” dienen te downloaden en deze goed moeten doorlezen, yes sire! Maar nog geen toestemming.
Een oproep van de Kustwacht voor de Bluenose, ah daar zul je ze hebben voor toestemming. Nee helaas, nog wel een paar vragen en dan of we ze met onze sateliettelefoon ‘even’ kunnen bellen (weten ze wel wat de kost!!!)
Je wilt deze mensen niet tegen je hebben, we bellen. 5 personen en 20 minuten later weten ze alles van ons, maar nog geen toestemming.
Intussen varen we gewoon naar de ankerplek en bijna op het moment dat we het anker willen droppen hebben we een oproep van de kustwacht; u heeft toestemming om binnen te komen. Thank you.


Rob en Baudine hebben 5 mijl voor de kust alleen telefonisch contact gehad met de douane en konden gewoon binnen komen.
Wij moeten ook nog even bellen met douane alleen krijgen wij geen contact. Rob en Baudine liggen inmiddels, op verzoek van douane, bij de tanksteiger en enige minuten later komen de dame en heer van Douane en Immigratie bij hen aan boord. Zij melden bij hen dat wij geen contact met ze kregen, oh geen probleem, wij kunnen straks bij hen langs op kantoor.
Om 17.00 uur is alles geregeld en hebben we ook onze Cruisers License voor Amerika in ons bezit die een jaar geldig is en dat alles voor 19 US dollar.

Verder hebben we hier te maken met zeer strenge regels:
je moet binnen 4 uur na aankomst inklaren;
het aan land brengen van voedsel of afval is ten strengste verboden.

Je moet zelfs een formulier ondertekenen dat je geen afval ed aan land zult brengen en mochten ze je snappen dan ben je flink de klos , de boetes liegen er hier niet om.
Een zeilboot dat te laat (2 dagen) kwam inklaren kreeg een boete van 20.000 US dollar!! Niet betalen is boot aan de ketting.
Dit alles staat los van de super vriendelijke mensen van douane en immigratie.

Tijd om nog even de kant op te gaan voor een biertje en daarna gaan we vroeg naar bed. Na 4 nachten doorzeilen heb je het wel een beetje gehad.
Na een goede nachtrust is het tijd om naar de stad te gaan. De haven van Ponce ligt wat te ver buiten de stad om te lopen, gaan op zoek naar een taxi.
Rob vraagt aan iemand waar we deze kunnen vinden. Een taxi? Niet nodig ik breng jullie wel even, 15 minuten later staan we middenin de stad. Wauw!!
We slenteren wat door de stad tot we zin hebben in koffie. Vinden een leuk tentje ‘Utopia’ waar ze heerlijke koffie schenken en ook WIFI hebben.
Scoren nog een vlaggetje van Puerto Rico en natuurlijk een ansichtkaart. Ik probeer van ieder land een kaartje te scoren en naar mijn moeder te sturen, een kaartje is zo gekocht maar postzegels is iets anders. Het kaartje blijft voorlopig even aan boord tot er ergens waar dan ook postzegels verkocht worden zonder daar 100 kilometer voor te hoeven reizen. Mam, kaartje komt zo snel mogelijk.
Vervolgens slenteren we wat door tot lunchtijd, we scoren bij een karretje aan de weg een burrito.
Deze burrito is zo groot dat we met moeite de helft naar binnen krijgen en de andere helft ’s avonds lekker aan boord oppeuzelen.



Zo’n tijd geleden dat we ook wat hebben kunnen winkelen, dus schoenenzaak, kledingwinkel, ditjes en datjes winkel, alle winkels zien we van binnen. Bepakt en bezakt zoeken we een taxi die ons keurig bij onze dinghy afzet.
Baudine en ik besluiten nog even wat langs de haven te lopen en scoren daar een heerlijke mojito.

achter ons anker bij Ponce

rondom de haven



iedere avond life muziek
















Dan is het ook voor ons tijd om aan boord te gaan. 
Voor morgenmiddag hebben we een stadswandeling geboekt, om 13.00 uur worden we bij Utopia verwacht.

Stadswandeling Puerto Rico.
Onze gids is een dame die geboren is in Ponce en later in het buitenland is gaan studeren. Ze draagt haar geboorte stad een warm hart toe, dat is de reden dat ze teruggekeerd en probeert met deze stadswandelingen Ponce en Puerto Rico weer op de kaart te krijgen. Wij blijken de eerste Europeanen met wie ze op pad gaat.
We zijn op pad met een pratende waterval, met passie praat ze duidelijk en enthousiast over ‘haar’ Ponce. Over de Kathedraal, oude brandweerkazerne, het grote plein met zijn fontein en beelden, het liefdesstraatje van toen, vele historische gebouwen, de markt met lokale producten, hun eigen bierbrouwerij, het cultureel centrum waar oa danslessen gegeven worden (nee, wij nemen geen dansles), over het jaarlijkse carnaval en nog veel en veel meer.


markt

markt

vroegere liefdesstraatje

zomaar een straat

Kathedraal

Kathedraal

kunstwerk gemaakt van autodonderdelen



























museum



Eén van de verhalen over de oude brandweerkazerne is wel bijzonder. In 1820 brak er een hele grote brand uit in Ponce, zo groot dat iedereen gesommeerd werd de stad te verlaten. De ‘vrijwillige’ brandweer liet zich niet wegsturen en bleef doorgaan met emmertjes water dragen en maar doorgaan en uiteindelijk na vele uren was de brand onder controle.
De hoge heren waren zo boos dat de brandweermannen het bevel genegeerd hadden om de stad te verlaten dat ze gearresteerd werden. Vervolgens kwam de stad tegen dit besluit in opstand en de hoge heren konden niet anders dan de mannen weer vrij laten.
Om de helden van weleer te ‘blijven’ eren staat het oude gebouw nog steeds op dezelfde plek en door de inzet van vrijwilligers ziet het pand er nog steeds tip top uit.





helden van toen